Hallo iedereen in het koude kikkerlandje,

 

Om jullie wat op te warmen, hierbij nader bericht uit een heerlijk warm en zonnig Malawi.

Voor de verandering zullen we deze keer netjes beginnen daar waar we vorige keer gebleven zijn, namelijk het ophalen van Ad en Mieke Hertog in Lilongwe.

 

Na een gezellig en nuttig weekend in Lilongwe was het maandagochtend tijd om onze gasten voor de komende twee weken op te pikken van het vliegveld. Het vliegtuig was keurig op tijd en rond twaalf uur konden we aanrijden, op naar Bembeke.

Tijdens de eerste week van Ad en Mieke hebben ze zoveel mogelijk “meegelopen” met het werk dat gedaan moet worden en natuurlijk  zijn we ook gaan kijken bij de verschillende projecten van MIM.

Hebben we ze meegenomen door Bembeke en omgeving, kennis laten maken met de plaatselijke cafetaria enzovoorts. Kortom druk, druk, druk, zodat ze na een weekje Bembeke en omgeving wel aan wat anders toe waren en wij natuurlijk ook. Maar dat alles pas nadat op donderdagmiddag het hoogtepunt van de week was afgewerkt, te weten de opening van het breiatelier en de uitreiking van certificaten aan de tweede groep vrouwen die hun tweejarige naaicursus met goed gevolg hadden doorlopen. Ruim veertig vrouwen die dansend en zingend hulde brachten aan een viertal blanken (azungu’s zeggen ze hier) die zich dat gretig lieten welgevallen. Ad en Mieke reikten de certificaten uit en de plaatselijke pastoor zegende vakkundig het nieuwe gebouw in, waarna het feest pas echt losbarstte met fanta, cola en mariekoekjes.

 

Vrijdag 26 oktober reden we al vroeg aan om via een tussenstop voor een heerlijke lunch  in Blantyre, naar Mulanje te rijden (totaal ca. 300 kilometer).  In Mulanje bezochten we het plaatselijke ziekenhuis om een lading brillen en wat tandartsgereedschap af te leveren. Beide ontvangers waren duidelijk in hun sas met deze spullen (dus mensen ga maar  lekker door met het sparen van brillen). Met een goed gevoel en natuurlijk een verlanglijstje verlieten we het ziekenhuis.

Echter pas nadat Ad en ik gebruik hadden gemaakt van het toilet, wat weer eens een verhaal apart was.

Wat bleek namelijk, de deur met daarop het bordje “Heren” was op slot. We werden verwezen naar een andere deur om de hoek en voordat we het wisten stonden we in een behandelkamer,  waar ze net bij een patiënt een gebroken arm aan het zetten waren, wat met de nodige pijnkreten gepaard ging. Niemand keek op of om, dus wij marcheerden ook maar vrolijk verder. In de toiletruimte bleek dat de officiële toegangsdeur geblokkeerd was door een stapel dozen, die moet je tenslotte ergens kwijt nietwaar. Voor ons zat er daarom niks anders op, dan dezelfde weg terug te nemen. De patiënt was inmiddels wat tot bedaren gekomen, de opmerking van Ad “rejoice in the Lord” zal daar zeker aan bijgedragen hebben.

Overnachting in een mooi hotel tegen de flanken van “Mulanje Mountain” en de volgende dag dwars door de theevelden verder naar Thyolo. Hier werden we opgewacht door Sister Rose die ons de weg zou wijzen naar haar nieuwe post, een ziekenhuisje ergens in de bergen. Wat een feest: ruim 20 kilometer zandweg vol keien bergopwaarts. Zelfs voor Malawiaanse begrippen was dit een slechte weg. We zijn dan ook bang dat het bij dit ene bezoek zal blijven, ook al was de lunch nog zo lekker.

 

Het idee dat we dezelfde weg nog een keer moesten rijden stond ons niet echt aan, maar we hadden helaas geen andere keus. Wij op weg naar Zomba, waarbij we vanwege de aanleg van een nieuwe weg ook nog eens getrakteerd werden op een bypass (lees tijdelijk aangelegde slechte zandweg langs de normale asfaltweg)  van minstens 30 kilometer.

Toen we deze bypass eindelijk achter de rug hadden en nog 20 kilometer van ons doel verwijderd waren, werd het feest compleet doordat  de auto het welletjes vond en de geest gaf.

Daar stonden we dan in een dorpje van niks. Binnen de kortste keren was het halve dorp uitgelopen en kregen we allerlei welgemeende adviezen, die helaas weinig zoden aan de dijk zetten. Gelukkig kwamen er nog al wat minibusjes langs en eentje was wel bereid om zijn passagiers er uit te mikken (die wel meteen konden overstappen) en ons na wat pingelen voor 20 euro naar Zomba wilde slepen.

Alles ging goed totdat we vlak bij het einddoel bij een roadblock kwamen en de dienstdoende agente ons op de bon slingerde omdat we met een sleepkabel werkten en niet met een ijzeren stang (alsof iedereen die zomaar in de auto heeft liggen. Ook hier weer afdingen en voor 12 euro konden we doorrijden (met kabel). Leve de politielogica en wij alle vier goed pissig natuurlijk.

Het was ondertussen zes uur en donker en waar vind je dan op zaterdagavond nog een garage, dachten we. Opnieuw geen probleem, er meldde zich binnen de kortste keren een monteur die vaststelde dat alleen de distributieriem maar was gebroken en de volgende morgen om zeven uur kon starten met de reparatie. Toen ik hoorde van de distributieriem, kreeg ik overigens wel allerlei visioenen van kleppen die door zuigers waren geslagen en een motor die volledig aan diggelen lag.

Volgens de monteur zou dat echter zo’n vaart niet lopen, dus wij voor vier euro de auto veilig gestald en voor nog eens 4 euro met een taxi naar een hotel waar ze goede kamers, lekker eten en goed bier hadden om ons verdriet te verdrinken.

Zondagmorgen ging om half zeven de telefoon. De monteur was gearriveerd en stond klaar om te beginnen. Na een snel ontbijt gingen Ad en ik met de taxi naar de auto en om half acht lagen ze al met drie man sterk onder de auto. Rond negen uur kwam de inderdaad kapotte riem te voorschijn en gingen de mannen op pad voor een nieuwe riem. Met iets meer vertrouwen in de goede afloop, maar toch nog niet helemaal gerustgesteld gaven we geld mee  en  een half uur later waren ze terug met een gloednieuwe distributieriem. Rond half elf werd de eerste startpoging gedaan waarbij de motor nog niet wilde starten, wat natuurlijk niet echt goed was voor onze gemoedsrust. Volgens de monteur was er niets aan de hand en was het een kwestie van het ontstekingstijdstip goed instellen. In Nederland kan dat tegenwoordig alleen maar met ingewikkelde apparatuur, hier niet. Met een schroevendraaier en  goed luisteren bleek je een heel eind te komen en een half uur later liep de motor als een zonnetje. Nog een half uur later was alles weer netjes gemonteerd en werd het tijd om af te rekenen. Voor zestig euro arbeidsloon en veertig euro onderdelen waren we klaar en konden we weer rijden. Opgelucht konden we op pad richting Bembeke om een gedenkwaardig weekend af te sluiten.

 

Na een goede nachtrust was het maandag tijd om de draad weer op te pakken en verder te gaan met het werk. Ad en Mieke hebben flink geholpen met het uitsorteren van de wol die uit alle dozen was gekomen, met het instrueren van de dames in het atelier hoe netjes te werken, het uitleggen aan de leerkracht van de lesmethode die Henny van Esch heeft ontwikkeld, het herinrichten van de winkel en het mooiste van alles: het organiseren van een schoenenverkoop op vrijdagmorgen. Van schoenhandel Willems in Den Bosch hadden we een hele partij schoenen gekregen en Ad en ik hadden daarnaast nog eens 70 dozen met kleding doorzocht op schoenen. Op vrijdagmorgen ging de tot tijdelijke winkel omgetoverde opslagruimte (net echt)  open om die morgen te proberen ca. 100 paar schoenen en een massa knuffels aan de vrouw te brengen. Het eerste half uur was het erg slap, maar daarna barstte het geweld los en moest er een uitsmijter aan te pas komen om het kooplustig publiek in toom te houden, door  telkens maximaal zes mensen tegelijk binnen te laten.

Om elf uur was de winkel leeg en konden we onder het genot van een welverdiende kop koffie het geld tellen. Een opbrengst van ruim 40.000 kwatcha. Hiervan kunnen de begeleiders in het naaiatelier weer een flinke tijd betaald worden.

Op donderdagmiddag lunch bij de Indian sisters en op donderdagavond een “real malawian supper  bij een goede kennis in een “real malawian house”.

Gelukkig hebben Ad en Mieke ook nog kunnen genieten van een ander fenomeen: geen stroom en geen water. Deze keer duurde dat drie dagen en dan ben je na drie dagen niet meer echt fris en omdat kaarten bij kaarslicht ook niet alles is, ben je dat dan wel beu.

Ook in Malawi schijnt overigens de klimaatsverandering toe te slaan want deze drie dagen was het ook nog eens nat en koud, iets wat hier in deze periode van het jaar erg ongewoon is.

Op vrijdag was het alweer tijd om het bestelde houtsnijwerk op te halen en voor Ad en Mieke  om de koffers te pakken, zodat we zaterdagmorgen richting Lilongwe en het vliegveld gingen, maar pas  na dat Ans en Mieke de voetjes nog eens vakkundig hadden laten verzorgen. Ruim twee uur wassen, schrubben en wat al niet meer voor 12 euro loog er dan ook niet om. Daar konden Ad en ik niet tegenop drinken.

Wij genoten nog een dagje in het hotel en na het doen van de nodige inkopen op maandagmorgen,  togen we met een auto vol wol, uniformenstof, kabels en andere attributen naar Bembeke om ons oude leventje weer op te pakken. Gelukkig was er bij thuiskomst weer stroom en water, maar helaas was dat van korte duur. Misschien moeten we toch maar eens overwegen om een generator aan te schaffen.

 

Groeten vanuit een inmiddels weer warm, droog en zonnig Malawi.

 

Ans en Wil.

Klik hier om terug te keren naar de site <<