Beste mensen,

 

Zo ben je nog thuis het gras aan het maaien en zo zit je weer achter de laptop in onze ”villa” in Malawi.

Keek je in het voorjaar nog rondom tegen de maïs aan, nu heb je een wijds uitzicht over de lege en kale akkers. Het weer is geweldig en het belooft de komende weken alleen maar beter te worden, dus dat maakt weer veel goed. Weer of geen weer, Het is nog steeds om zes uur donker en dan houdt het leven hier op.  Tijd genoeg dus om jullie verslag te doen van onze wederwaardigheden tijdens de eerste week.

 

Na een probleemloze reis die overigens wel ruim 15 uur in beslag neemt landden we op 24 september om 11.00 uur op het vliegveld van Lilongwe, waar we afgehaald werden door Eline en Dominic.

Tijd genoeg om geld te wisselen en de eerste inkopen te kunnen doen.

Dat geld wisselen was meteen een feest.

In april kreeg je 230 kwatcha voor één euro. We hadden al gehoord dat de kwatcha gedevalueerd was en je inmiddels 330 kwatcha voor 1 euro kreeg. Bij het wisselen kregen we zelfs 370 kwatcha per euro. Dus we voelden ons meteen hartstikke rijk natuurlijk. Gelukkig hebben ze inmiddels biljetten van 1000 kwatcha gedrukt, waardoor je portemonnee wat minder dik is.

 

De vreugde was helaas van korte duur, want toen we in de supermarkt kwamen merkten we dat de meeste prijzen met ruim 50 procent gestegen waren, lood om oud ijzer dus. Wel sneu voor de Malawianen zelf want hun inkomens zijn niet gestegen.

In Nederland klaagt iedereen over de alsmaar stijgende benzineprijzen, nee dan Malawi daar is de benzine in vijf maanden gestegen van 370 kwatcha naar 540 kwatcha, dat is pas stijging, waar hebben wij het in ons land dan over?

 

Op naar Bembeke en omdat het de droge periode is moet je in het verkeer extra goed opletten, want nu lopen de geiten allemaal los rond en helaas kennen die de verkeersregels niet, dus die steken geregeld pardoes voor de auto over en waag het hier niet om zo’n beest aan te rijden, dan ben je nog niet jarig. Gelukkig veilig aangekomen en netjes afgeleverd bij het huis.

 

De eerste nacht zowat de klok rond geslapen, waardoor  we lekker uitgerust waren en de tweede dag  meteen aan de slag konden. Veel handjes geschud en veel keer “most welcome” toegewenst gekregen. Natuurlijk ook meteen allerlei vragen gekregen. Ondanks onze reputatie zijn er toch nog mensen die denken dat sinterklaas dit jaar al vroeg in het land is. Van die droom helpen wij ze overigens vlug af.

Als je vraagt hoe het met de projecten gaat hoor je alleen maar dat alles goed gaat en het is voortdurend “no problem”. Dat kan natuurlijk niet maar we laten ze voorlopig maar zo wijs.

 

Een van onze meest trouwe bezoekers is Philip Zenassi, die elke paar dagen even komt kijken hoe het met ons gaat en dan (niks nieuwsgierig) wil weten wat we allemaal hebben gedaan. De eerste keer was hij een beetje verdrietig vanwege zijn vrouw. Wat bleek ze had veel last van een ontstoken kies en omdat de hele omgeving van de kies pijn deed kon ze niet precies aangeven welke kies ziek was. Gevolg: de verkeerde kies getrokken. Gelukkig ging de tweede poging goed, maar ze had nog veel pijn.

 

Omdat het TTC (een soort pedagogische academie) dit jaar zowat 700 leerlingen heeft, terwijl het complex gebouwd is voor 300, wordt het ruimtegebrek steeds nijpender. Het lokaal dat MIM tot nu toe voor opslag mocht gebruiken, hebben ze hard nodig en ze zouden ons er graag uit hebben. Omdat het financieel verslag van het breiatelier er positief uit ziet en er daardoor van het beschikbare budget wat geld over is, hebben we maar besloten om in een hoek bij het atelier een opslagruimte te laten maken. Twee muren en een dak en klaar is kees. Toen er ook nog snel een aannemer werd gevonden die zonder werk zat en dus een fatsoenlijke prijs neerlegde, hebben we de knoop maar doorgehakt. Maandag wordt er begonnen.

 

Toen we in mei naar huis gingen was er in het brei- en naaiatelier nog steeds geen elektriciteit. Alles was klaar en geregeld maar Escom (de Malawiaanse vorm van het Nederlandse Enexis)  had op dat moment geen elektriciteitsmeter in voorraad.

Niks aan de hand zou je zeggen en toen ik Father Isaac in het voorjaar min of meer voor de grap vroeg of de meter er tegen kerst toch wel zou kunnen zijn, begon hij hartelijk te lachen.

Zijn lachen was ondertussen beduidend minder geworden, want er was nog steeds geen meter. In de afgelopen maanden hebben  Eline en Dominic het Escomkantoor zowat plat gelopen, heeft  Isaac een hoge pief bij Escom gebeld en gezegd dat er een vertegenwoordiger van het Nederlandse elektriciteitsbedrijf in aantocht was en heeft  MIM een paar weken geleden een fax gestuurd naar de CEO van het bedrijf. Tot deze week alles zonder resultaat.

Donderdag  moesten we spoorslags naar het Escomkantoor in Dedza om een rekening te betalen.

Wat was er aan de hand?

Om de een of andere reden was de rekening van Escom voor het vrijwilligershuis niet aangekomen en was er een betalingsachterstand ontstaan.  De incassojongens van Escom werken blijkbaar aanzienlijk sneller dan hun collega’s van de installatieafdeling  en begonnen  meteen te dreigen met afsluiten, vandaar de haast.   Zonder afsluiting hebben we immers toch al genoeg verplichte “dineren bij kaarslicht” avonden, omdat er regelmatig geen stroom is.

Aangekomen bij het kantoor bleek tot onze stomme verbazing  dat er  ineens een meter was,  die dezelfde dag nog is geïnstalleerd.

Of het nou de inspanningen van Eline en Dominic, het telefoontje van Isaac, de fax naar de CEO, de verschijning van Ans aan de balie of een combinatie van deze dingen is geweest , zal wel altijd geheim blijven.  Eind goed al goed zullen we maar zeggen. Het belangrijkste is dat we stroom hebben Hiep Hiep Hoera.

 

We gaan hier meestal een of twee keer op zondag naar de mis, niet dat we zo kerks zijn, maar het kweekt goodwill en dat helpt onze projecten. We gaan er daarbij vanuit dat Onze Lieve Heer het niet er vindt om op deze manier een bijdrage aan de projecten te leveren. Daarnaast is het kerkbezoek ook wel spannend.

Dus maar gelijk de eerste de beste zondag naar de kerk. Er verandert veel in het land,maar dit niet. De kerk is op zondagmorgen om 7 uur nog steeds tjokvol met mensen die dan vaak al een uur of meer gelopen hebben. Ook het ritmische vernadert niet. Zodra de muziek begint, begint er steevast van alles te bewegen.

Een van de meest bijzondere onderdelen van de mis is de offerande. Die neemt ruim een half uur in beslag. Je moet weten dat de gemeente Bembeke ruim 12.000 inwoners telt, die verdeeld zijn over ongeveer 35 gehuchtjes. Voor elk gehucht staat er een kist met de naam er op en het is de bedoeling dat de mensen naar voren komen om hun gift in de juiste kist te deponeren. Stop je geld niet in de verkeerde kist want daarmee wordt je eigen dorp benadeeld. Wat is het geval, het geld wordt geteld en aan het einde van de dienst wordt de opbrengst per dorpje bekend gemaakt. Ja ja je hoeft de kerk weinig slimmigheidjes te leren. Als het geld gedoneerd is komen er nog een aantal giften in natura voor de pastoor, meestal in de vorm van aardappelen, tomaten, uien, kool, maïs en een levende kip. Uiteindelijk moet die man ook leven. Iedere keer hoop ik weer (helaas tevergeefs) dat die kip in de volle kerk ontsnapt, dat zou lachen zijn.

Als je op een strategische plek gaat zitten, zie iedereen twee keer voorbij komen,ook dat is lachen. De dames zijn allemaal fleurig gekleed en omdat het winkeltje met tweedehands kleding bij het naaiatelier al een aantal jaren draait zie je ook allerlei kleding met Nederlandse opschriften. Wat denk je van een oud vrouwtje in een veel te wijd T-shirt  met het opschrift ”heb het hart op de goede plaats”, of een dame met een fikse boezem die een (te) strakke polo aan heeft met het opschrift “013 poppodium”.

Er is nog een ander opmerkelijk aspect aan de kleding. Zes jaar geleden hadden de meeste mensen kapotte kleding aan en liep 80 procent op blote voeten. Nu is de kleding netjes en heel en draagt 90 procent schoenen.

 

Het begin is gemaakt en de rest horen jullie wel weer en andere keer.

 

Groeten,

 

Ans en Wil.

 

Klik hier om terug te keren naar de site <<