Bembeke: 30 april 2012

 

Dag  allemaal,

 

Vandaag over een week komen we alweer aan in Nederland, dus dachten we kom…  we zullen nog even iets van ons laten horen voordat we aan de bekende laatste loodjes beginnen.

Allereerst  bedankt voor het grote aantal leuke reacties op ons vorige verslag. Fijn te horen dat er in Nederland met ons wordt meegeleefd en soms zelfs meegedacht. Nooit weg natuurlijk, al die handige tips om de crisis het hoofd te bieden.

Na het paasweekend gaat het leven hier weer z’n gangetje en zijn we druk met de dagelijkse beslommeringen, want er valt nog van alles te doen en te regelen. Tenslotte zijn we daar ook voor hier.

We staan nog steeds elke morgen op met het idee, hoe brengen we zonder agenda de dag door en ‘savonds liggen we dan toch weer voor Pampus vanwege het vele werk dat verzet is. Eigenlijk een beetje het omgekeerde van Nederland.

 

Saai is het gelukkig nog steeds niet want de Malawianen weten ons gelukkig nog regelmatig te verrassen. Wat denk je bijvoorbeeld van het feit dat uit de verantwoording van het bonenproject  blijkt dat de coördinator zichzelf het voor supervisie bedoelde geld heeft toebedacht en dat hij het maar raar vindt als wij van mening zijn dat het niet de bedoeling is dat hij zichzelf en zijn eigen werk controleert.

We hebben inmiddels geleerd dat je altijd welkom bent en dat ze nergens problemen mee hebben. Want  het is de hele dag door: “most welcome”, “how are you”en “no problem”. Ondertussen wordt er nogal eens wat vergeten. Wij zijn dan ook  zover dat we na het maken van een afspraak over het een of ander aan elkaar vragen: heeft hij of zij het opgeschreven?  Zo nee, dan vergeet het maar.

 

De toiletblokken bij de Kantchitoschool zijn inmiddels wel mooi klaar en het dak is van het te renoveren kerkgebouwtje gesloopt. De uitbreiding van het naaiatelier loopt nog steeds met horten en stoten, maar het komt in ieder geval binnenkort af. Omdat een groot deel van de bouwperiode in het regenseizoen lag, zijn de muren nog drijfnat en het duurt nog wel een paar maanden voor die droog zijn. Voor die tijd willen we er geen machines in laten zetten, dit met het oog op roestvorming en dergelijke.

 

Op woensdag 11 april reden we voor de laatste keer naar Dedza, daarna was de tank namelijk leeg.

Wat bleek………… is er plotseling, voor het eerst in drie weken, BENZINE. Wij natuurlijk meteen in de rij aansluiten en twee uur later hadden we een volle tank en een gevulde jerrycan. Dit laatste tegen de gebruikelijke  opslag van 5 euro natuurlijk.

Met in totaal 70 liter benzine kom je natuurlijk een heel eind en na het toch wel wat saaie paasweekend wilden we er wel eens tussenuit. Wij dus op vrijdag een dikke 130 kilometer (wat hier twee en een half uur rijden betekent)  naar het meer van Malawi en wel naar Sengabay. We logeerden daar in “Cool Runnings” volgens de boeken een bekende en gewilde lodge aan het meer. Nou met dat gewilde  viel het wel mee want de eerste dag hadden we het hotel helemaal voor onszelf alleen en dat met een man of acht personeel om ons heen. Prima lodge en lekker eten, dus uitstekend. Het waaide alleen erg hard, maar ja je kan niet alles hebben.

Op zondag door naar Lilongwe waar we in de Korean Garden Lodge de dag verder lui doorbrachten, om op maandag het Lilongwe Vocational Training Centrum te bezoeken. We waren namelijk op zoek naar een alternatief voor de naai opleiding bij Don Bosco, omdat de studenten vonden dat ze vanwege de groepsgrootte niet voldoende aandacht hadden gekregen. Het centrum zag er prima uit en ze geven daar een naaicursus van zes maanden aan een groep van maximaal 15 studenten. Het programma sprak ons wel aan en we hebben meteen voor twee personen een plaats gereserveerd. Nu nog onderdak organiseren en dan kunnen er in juli weer twee dames op cursus. Daarna Ans naar de manicure en pedicure en ik nog wat materialen en naaimachineonderdelen gekocht. Op maandagmiddag naar huis, waarbij het ons opviel dat er opvallend veel vrachtwagens langs de weg stonden. Kapot of zonder diesel, dat weten we niet. Het is overigens opvallend rustig op de wegen. Mensen blijven blijkbaar dicht bij huis.

 

De reis had natuurlijk een flink gat in onze benzinevoorraad geslagen en we bereidden ons er al op voor dat we de al in Nederland geplande reis naar Blantyre, Thyolo  en Mulanje (totaal 700 kilometer) niet zouden kunnen maken.

De wonderen zijn echter de wereld nog niet uit want op woensdag kregen we plotseling een tip dat er in Dedza op miraculeuze wijze opnieuw benzine was . Een uur later (geen wachtrij) hadden we een volle tank en maar liefst drie volle jerrycans, waarmee we de geplande trip wel aandurfden.

Nog snel even de nodige Kwatcha’s  geregeld bij het bisdom (toch handig zo’n privébank) en op donderdagmorgen wel gemutst op weg voor de eerste 220 kilometer naar Blantyre. Hier deden we ons tegoed aan een heerlijke lunch en deden we wat inkopen. Voor een bepaalde winkel stond buiten een rij van minstens 200 meter en politie bij de ingang. Wij natuurlijk als twee nieuwsgierige Aagjes er op af. Bleken de mensen in de rij te staan voor suiker, maximaal drie kilo per klant.  Na de inkopen,door richting Thyolo. In Limbwe een tussenstop gemaakt om een partij breiwol te kopen voor de te organiseren breicursus en een overnachting in de “Blue Lagoon ” lodge. Een geweldige lodge die helaas alleen te bereiken was via een vreselijke weg.

We vonden dat we er wel aan toe waren dus kozen we hier voor de “presidentiële suite” (de president zelf heeft hem immers toch niet meer nodig). Voor 50 euro hadden we een kamer van vijf bij zes meter met een gigantisch hemelbed, veel spiegels en een badkamer van vijf bij drie meter. De badkamer was een hotelkamer op zich, met prachtig tegelwerk maar zo kaal als wat. Nog geen stoel te vinden en de toilettas moest op de grond staan. Er was wel kastruimte voor de inhoud van minstens tien koffers.

De hotelkamer had ook een TV en die stond, lekker handig, op het nachtkastje dus je moest over elkaar heen liggen om TV te kunnen kijken. De TV zat vast met een zware ketting dus blijkbaar zijn tegenwoordig de presidenten niet eens meer te vertrouwen.

 

De volgende ochtend echt op weg naar Thyolo. Een prachtige route waarbij we zeker twintig kilometer lang   tussen onafzienbare  theevelden reden. De theeplukkers en pluksters moeten hier ‘smorgens vaak al anderhalf tot twee uur lopen om bij hun werk te komen en natuurlijk ‘savonds ook weer terug. Dat zijn per dag drie tot vier onbetaalde reis cq. loopuren. Om met een variant op Kniertje te spreken: “de thee wordt duur betaald”.

We moesten in Thyolo zijn omdat we op verzoek van de stichting Gered Gereedschap een technische school moesten bezoeken, waar ze een aantal jaren geleden gereedschap van deze stichting hebben gekregen en nu opnieuw een aanvraag hadden ingediend.

De school lag in Mitengo, met als postadres Thyolo. Vlakbij dachten wij.

Dat bleek een vergissing te zijn. Op de eerste plaats wist in Thyolo bijna niemand van het bestaan van deze school en toen we eindelijk een slimmerik hadden gevonden die het wel wist, bleek dat we nog ruim zeventien kilometer moesten rijden over een afschuwelijk zandweg vol kuilen, gaten, hobbels  en keien. Ook nog met de nodige zijwegen en omdat ze hier nog nooit van bewegwijzering hebben gehoord, moesten we regelmatig de weg vragen en dan steeds maar hopen dat de vraag begrepen was en we de juiste richting in werden gestuurd.

De rit kostte ons ruim een uur, veel gesakker en een zeer achterste. Gelukkig was het de moeite waard. In niemandsland  lag zomaar ineens een dorpje met een ouderwetse technische school, met drie vakrichtingen: timmeren, metselen en elektrotechniek. De school is vijfentwintig  jaar geleden opgezet door een orde uit Maastricht, als we het goed begrepen hebben heten ze de FICbroeders??? We werden “most welcome” geheten door een gedreven directeur, met enthousiaste jonge instructeurs en gemotiveerde leerlingen. De school verdient het naar onze overtuiging om geholpen te worden.

De directeur wist een “shortcut” waardoor we tien kilometer verder op de verharde weg naar Mulanje uitkwamen, ons volgende reisdoel. Een weg overigens die we zelf nooit gevonden zouden hebben.

 

In Mulanje moesten we in het streekziekenhuis zijn om bij de oogkliniek (groot woord) een partij leesbrillen af te leveren en instrumentarium voor oogmeting, gekregen van een gepensioneerde opticien uit Berkel-Enschot. De oogspecialist was de koning te rijk met zowel de brillen als het instrumentarium. Hij kende de instrumenten wel maar had niet durven hopen er ooit over te kunnen beschikken. Dat was dus een schot in de roos.

Mulanje staat bekend om “Mulanje Mountain” en we vonden een hotel ergens halverwege de berg, vanaf daar kon je alleen nog verder Hiken en dat hebben we maar aan de jongere generatie overgelaten. Prachtig hotel en mooie kamers met een geweldig uitzicht en een mooie zonsondergang. Weliswaar geen “presidentiële suite ” maar een kniesoor die daar op let, nietwaar.

Het eten was er ook prima, dus we kwamen niks tekort.

 

De volgende morgen opgewekt naar het gezondheidscentrum van Sister Rose (een speciale vriendin van Ans) waar we de nodige dozen met kleding kwijt konden, inclusief gebruikte bedrijfskleding van IVT.

Ondertussen loopt al het personeel rond in IVT kleding, het lijkt wel een filiaal.

Dat met die kleding hebben we trouwens geweten hoor. Normaal is het zo dat je bij een politiecontrole (en die zijn er nogal wat) hooguit je rijbewijs moet laten zien en meestal kijken ze alleen naar het verzekeringscertificaat op je voorruit. Nu moesten we elke keer heel omstandig uitleggen wat er in de dozen zat en wat we er mee gingen doen. We moesten ook tot drie keer toe onze paspoorten laten zien, waarbij er zelfs een begon te zeuren over de stempel van het immigratiekantoor want die zou niet duidelijk genoeg zijn (de sukkel dacht zeker dat wij die er zelf ingezet hadden). Maar goed, we hebben overal maar ons zondagse gezicht opgezet en uiteindelijk kwam het dan steeds in orde. Volgende keer minder vracht meenemen.

Nadat we ook sister Rose blij gemaakt hadden zat het werk er op en hebben we verder het weekend gebruikt om op ons gemak naar huis te kachelen en thuis uit te rusten. Tijdens de rit van Blantyre naar Bembeke zijn we overigens minstens twintig tankauto’s met brandstof tegen gekomen, allemaal op weg naar Blantyre. Maandag zou in Blantyre de begrafenis zijn van de overleden president en ze waren zeker bang dat alle genodigden in Blantyre zouden stranden. Achteraf hoorden we trouwens dat alle genodigden inderdaad een voucher voor brandstof hadden gekregen. Deze brandstof bleek speciaal voor deze gelegenheid geschonken te zijn door de regering van buurland Zambia.

 

Op maandagmorgen na de reis wilden wij weer stevig aan de slag gaan, bleek dat iedereen vrij was vanwege de begrafenis van de president.  Gelukkig was er nog onze Kenneth, die zelfs op deze speciale dag mee kwam helpen. We hadden beloofd om voor het college wat joekels van schijnwerpers op palen te monteren en omdat deze palen na veel doorzeuren  eindelijk vanuit Lilongwe waren aangekomen, zijn we daar maar aan begonnen. Het laswerk kon door de plaatselijke smid gedaan worden maar een aantal gaten van 10 mm in hoekstaal boren was een ander verhaal. Daarvoor moesten we speciaal naar een garage in Dedza, schiet lekker op.

 Maar goed uiteindelijk is alles gelukt en het college baadt nu voortaan elke avond in een zee van licht.

Vervolgens nog drie dagen hard gewerkt om zoveel mogelijk zaken af te kunnen ronden, zodat we op vrijdag 27 april met een gerust hart naar Lilongwe konden gaan om inkopen te doen en twee nieuwe vrijwilligers van het vliegveld te halen. We hadden op de heenweg twee zusters meegenomen die dat weekend deelnamen aan een of andere wervingsactie om vers bloed in het klooster te krijgen. Wij denken dat het een soort Malawiaanse EO jongerendag was. Zijn we na twee uur rijden net vooraan in Lilongwe, bleek dat ze hun presentatie hadden vergeten. Moesten ze “even” met de minibus terug naar huis!!!!

Onze nieuwe gasten (Eline en Dominiq) waren inmiddels al ruim 28 uur onderweg, dus die waren, na nog eens tweeënhalf uur boemelen naar Bembeke, blij dat ze eindelijk een douche en een bed zagen.

 Zij willen minstens een jaar in Malawi blijven, met de bedoeling zich er permanent te vestigen. Voorlopig wonen ze een maand of vijf in het MIMhuis en zullen zij zich gaan inzetten voor een aantal MIMprojecten. Dat wordt dus tijdens hun eerste en onze laatste week, veel kennismaken met mensen en projecten hier en veel praten over het werk dat gedaan moet worden. Voor ons wel fijn te weten dat met name een aantal nieuwe pas lopende zaken de komende maanden gecontinueerd kunnen worden.

 

Nogmaals dank voor al het “meeleven” en voor de laatste keer hartelijke  groeten vanuit een nog steeds  zonnig Malawi.

 

Ans en Wil.

 

 

Terug naar de site <<<